Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verwacht dat er tussen 2020 en 2023 risico's kunnen ontstaan in de vastgoedsector.

In het analytische hoofdstuk over woningprijzen in het Global Financial Stability Report wijst het IMF op de risico's die samenhangen met stijgende woningprijzen, zonder daarbij aan te geven welke landen het meest kwetsbaar zijn.

Een afnemende dynamiek in de vastgoedsector, buitensporige kredietgroei en restrictievere monetaire omstandigheden lijken te wijzen op toenemende neerwaartse risico's voor de woningprijzen. Als dit scenario zich voordoet, kan dit op middellange termijn de wereldwijde financiële en macro-economische stabiliteit in gevaar brengen. Hoewel de huidige risico's kleiner zijn dan die van 2007, zijn ze nog steeds aanwezig.

De bezorgdheid van het IMF komt voort uit het feit dat twee derde van de bijna 50 bankencrises van de afgelopen decennia werd voorafgegaan door een stijging van de woningprijzen. Bovendien zijn recessies doorgaans dieper en langduriger wanneer vastgoedprijzen sneller dalen.

De vastgoedsector kan de economie destabiliseren vanwege het belang van vastgoed voor de financiële positie van particulieren en ondernemingen en, in het bijzonder, voor de balansen van banken. De momenteel lage rentetarieven kunnen leiden tot een buitensporige schuldenlast en een overwaardering van woningprijzen, wat op zijn beurt het bbp stimuleert. Omgekeerd kan een negatieve economische schok leiden tot hogere rentetarieven, hogere kosten voor de schuldendienst en de noodzaak om de schuldenlast te verminderen. Dit kan de verkoop van vastgoed tegen lagere prijzen stimuleren en bijdragen aan een daling van het bbp.

Deze tegengestelde effecten dragen bij aan grotere onevenwichtigheden.

De strategie om deze onevenwichtigheid tegen te gaan, bestaat niet uit het beheersen van de prijzen, maar uit het verminderen van de risico's die met de sector samenhangen door de weerbaarheid van kredietnemers te versterken. Deze strategie is door Banco de Portugal toegepast door strengere criteria voor de verstrekking van woningkredieten te hanteren, met name door beperkingen op de verhouding tussen het geleende bedrag en de waarde van het vastgoed dat als onderpand dient, en op de verhouding tussen de maandelijkse kredietlast en het inkomen van de klant.

Bron: Jornal de Negócios
Markt